Non valeurs

Ik ben die gasten toch wel zo zat met hun interessant aandoende gelul over het niet nader te noemen project. Digitale voddenboeren, dát zijn het. Zag trouwens dat de juf ook weer op een demotiverende wijze losging op Sage met haar sokjes. Je ziet dat wel eens vaker, zo een huis met een vrouwtje erin uitpuilend van de vuilnis. En op het laatst komt het Leger des Heils langs om de boel uit te ruimen met het wijfje schreeuwend en ontroostbaar op de achtergrond omdat haar schatten een voor een de container in verdwijnen.

Op zich wel interssant om zo een proces eens van dicht bij  te volgen, maar compleet demotiverend om zelf nog wat te doen. En bovendien ben ik geen internetpsycholoog, noch een internetjurist. Een ICT-jurist heet dat zo mooi tegenwoordig, mag iedere gek zich noemen.  Kun je nog altijd een huisvrouwencursusje recht aan de open universiteit erachteraan volgen, lijkt het tenminste nog wat.

Mag ik ook doen, die cursus zag ik ben ik in drie jaar klaar en je hebt alleen een Havo diploma nodig. Heb ik dat dan? Jazeker! Op mijn drieëntwintigste gehaald. En Andre had een diploma van de School voor de Journalistiek. En Olav was uitvoerend kunstenaar nadat hij een pik met een hand die hem vasthield uit klei  aan een commissie geshowd had. Heeft nog jaren daarna aan de muur van het kraakpand Lambiek op de Slotlaan gehangen. En allemaal hadden we een studentenpas zodat we Whoulemelou in mochten. (Of hoe heette die tent ook al weer?) Ooit naar school geweest daarvoor? Och, wat zal ik zeggen, wie weet, maar eigenlijk niet. Behalve om te blowen en te dealen, blauw stond die school van de hash en aan het eind van het studiejaar woonde de meeste leraren samen met een meid uit de hoogste klas.

Hoe we er dan aan kwamen? Die mooie diploma’s? Met toeren bouwen en mijn moeder heeft keurig alle werkstukken en alles voor me geschreven en hoe dat verder zat vertel ik nog wel eens want het is toch allemaal verjaard na die veertig jaar. Trouwens, op mijn vijftigste verjaardag heb ik alles van schoolspul en diploma’s wat ik nog had door de papierversnipperaar gegooid, want het was toch nep. Welke school dat was? Kan ik beter maar niet zeggen, maar je had toen meer van dat soort scholen in en rond Zeist….

Advertisements

Tolkien

We waren nog niet zo lang daarvoor naar Zeist verhuist toen er plotseling een voor ons kinderen althans wonderlijk figuur de oprit opliep op een mooie zondag. Althans, het moet wel een zondag zijn geweest want wij zaten met zijn allen in de tuin. Een enorme luxe naar het benauwde flatje wat wij in Amsterdam op drie hoog achter eerst hadden. Maar ja, dat was toen niet anders, er was immers een woningnood en een wetenschappelijk ambtenaar verdiende heel slecht in die tijd. Maar mijn ouders waren allang blij dat ze een eigen huis hadden zo vlak na de oorlog.

Mijn moeder keek verheugd op en attendeerde mijn vader op de wonderlijke figuur in een zwart pak, met een hoedje op en een jas aan die daar stond. Vooral dat laatste was opmerkelijk omdat het warm was die dag. De persoon werd uitgenodigd om er bij te komen zitten en binnen een korte tijd waren mijn vader en de wonderlijke verschijning in een diep gesprek verwikkeld nadat hij mijn oudste broer een pot honing had gegeven en zijn zwarte paraplu in de grond had gestoken. Het was Tolkien, die besloten had onaangekondigd zijn oud-student eens op te zoeken. Hij had spontaan de boot naar het continent genomen en daarna de trein en was van station Driebergen naar ons huis komen lopen.

Ja, de graaf zijn wiegje is omringt geweest door latere grote professoren. Als klein kind had ik al op schoot bij Tolkien gezeten en waren wij op een vakantie naar Engeland bij hen thuis geweest. De enorme high tea die zijn vrouw gemaakt had is mij altijd bijgebleven. De mannen zijn altijd bevriend gebleven, Tolkien en zijn vrouw hebben zich in de tijd dat mijn ouders in Oxford woonde altijd over hen ontfermt.

Het was het idee van de filoloog Harting dat mijn vader bij Tolkien in Oxford ging studeren in het kader van het zogenaamde Hartingprogramma. Harting, de oud-gymnastiek leraar die een geweldige scout was achteraf. Engels spak hij zelf met een verschrikkelijk accent, ik herinner me nog mijn vaders Harting-imitaties die accentloos Engels sprak omdat hij in Engeland was opgegroeid. But Gwyy, gwyyy was tat? Met de u uitgesproken als u in butter. Maar al zijn leerlingen zijn wel later hoogleraar geworden. Mijn vader, Verhoeff, Vos, noem maar op.

Vrolijk Pasen!

Pasen is dit jaar zoals het hoort, koud en verregend, ik herinner me niet anders. En een echt feest was het nooit, het was zeker geen kerst. Al was het maar dat er thuis geen kerstboom stond en er geen veel te zware Christmas pudding geserveerd werd. Nee, Pasen was de Matheus Passion. En eigenlijk zelfs dat niet eens, nee, het hoogtepunt van de paastijd was als op Goede Vrijdag Erbarme dich, mein Gott uit luidspreker van de radio schalde. Dát was Pasen, en niet die tafel gedekt met een paar kuikentjes en oma die net iets te veel gedronken had. Gespuugd werd er niet in de drank, want zonder mijn familie achteraf als een stel alcoholisten neer te willen zetten lustte ze er allemaal wel één. Maar ik heb nooit iemand van mijn familie echt dronken gezien, behalve mijzelf. Maar soms wel licht aangeschoten. Want de houten kratjes met de flessen werden, vol ontzag voor de hoge heren elke week bij mijnheer de professor thuisbezorgd door de plaatselijk slijterij Strietman. Die man moet achteraf gezien geweldige zaken hebben gedaan met al die professoren en notabelen in de wijk waar wij toen woonde, het sjieke Kerkebosch.

Maar terug naar Pasen of beter gezegd Goede Vrijdag. Plechtig werd dan de bakelieten radio opgesteld centraal in de huiskamer, want er mocht werkelijk niets van de jaarlijkse traditie gemist worden en wij moesten luisteren.  Wel mochten we een spelletje spelen, maar als het jaarlijkse Erbarme dich uit de luidspreker schalde waren wij allemaal een en al oor. Mijn ouders lazen dan elk jaar weer de tekst mee uit het oude tekstboek wat wij thuis hadden, waar mijn oma nog de coupures van Mengelberg in geschreven had.

Je zou toch denken dat mijn ouders die teksten uit hun hoofd kende na al die jaren maar nee. Mijn oma had immers voor de oorlog onbeperkt toegang gehad tot het concertgebouw, dat had iets van doen met een scharrel die ze ooit had gehad met een cellist. Mijn moeder heeft daarna haar leven lang een hekel aan celloconcerten gehad vanwege de vele celloconcerten die ze als kind als een soort chaperone verplicht had moeten uitzitten.

Later werd de oude radio vervangen door een groot, luxe exemplaar van het merk Philips waardoor beleving van Erbarme Dich nog intenser werd. Temeer omdat het om een FM ontvanger ging die het hoog en laag veel mooier weergaf. Het was een fraai en redelijk kolossaal meubel. Maar toen kwam het grote moment, de Matheus Passion zou stereo uitgezonden worden dat jaar, het ene kanaal over Hilversum  1 en het andere over Hilversum 2 zoals dat toen nog heette.

Vol verwachting zaten wij op het puntje van de stoel voor de radiotoestellen, het nieuwe, toch wel imposante apparaat  links op de ene zender, en het oude exemplaar wat normaal op de slaapkamer van mijn ouders stond op de andere zender rechts. Vol verwachting zaten we allen op het jaarlijkse Erbarme Dich te wachten. Alsof je er zelf bij bent in het concertgebouw, zuchte mijn moeder ontroerd toen het zo ver was en ook wij waren diep onder de indruk.

Ik zelf heb wel eens een Matheus uitgezeten in het concertgebouw in mijn hippietijd, we gingen toen vaak naar Amsterdam want daar was het toch te doen. Paradiso, de Dam waar je op ging zitten, de kroegen. Ik vond en vind die lange zit niet helemaal voor herhaling vatbaar, maar er gaat nog steeds geen jaar voorbij dat ik Erbarme dich niet draai op Goede Vrijdag.

De laatste jaren is dat de Mengelberg uitvoering uit 1939, een tijdje geleden heruitgebracht door het NRC. Want dat is toch het ware. Erbarme Dich prachtig gezongen door Jo Vincent met het boekwerk met de aantekeningen van Mengelberg erbij wat ik nog heb om mee te lezen, en dan kan mijn Pasen niet meer stuk.

Vrolijk pasen allemaal, en niet te veel zuipen Kolonel!

 

 

Toeren bouwen 1

Toeren bouwen, dat was zo een typisch begrip toen ik nog jong was. Nu is de graaf oud, de dagen nog niet zat, maar het hiernamaals heeft hij kortgeleden al aardig verkent. Goed, zand erover, we gaan terug naar het Zeist van de jaren zeventig. Naar de toeren die de groep jonge mensen toen bouwde. Welke  in deze tijd beslist genoeg zouden zijn geweest om elke alarmbel bij jeugdzorg af te laten gaan. Toch is het met de graaf uiteindelijk goed gekomen, met de rest over het algemeen niet.

Toeren bouwen, wat was dat nou precies? Nou, het begon al op de IVO, waar we ingeschreven stonden. Merk het woord ingeschreven op, het was namelijk een zeer apart schoolsysteem. Je zat met verschillende vakken in verschillende klassen, dus geen hond miste je als je weer eens aan het spijbelen was.  De leraar of lerares dacht immers dat je ergens anders op een ander niveau in de klas zat. De laatste twee klassen van de lagere school had ik zo ie zo al gemist na verschillende keren te zijn blijven zitten, ik was immers naar Amsterdam gestuurd om bij mijn oma te wonen omdat papa zo ziek was en ik was daar niet naar school geweest. Dus veel snappen deed ik niet van wat ze probeerde te vertellen, en daarnaast interesseerde me het geen biet. Maar genoeg hierover.

We waren te oud, we waren te veel blijven zitten op lagere school, en wat die leraren vertelde was gewoon niet interssant. Ook werden we altijd de klas uitgezet, en ik snap achteraf  wel waarom. Daar heb ik geleerd te incasseren, er met een pisboog uit getrapt te worden voor iets wat ik niet gedaan had.

Een hoogtepunt is toch wel dat Olav de krant in een hoek  aanstak die Hans zat te lezen tijdens de les, die dat niet doorhad, en toen hij het wel doorhad de brandende krant in paniek over zijn hoofd gooide op het tafeltje van de het keurige meisje achter hem. Het resultaat laat zich raden, ik hoor het meisje nog huilen. Vervolgens werden we alle drie een week van school gestuurd, ik dus ook hoewel ik er niets mee te maken had dit keer. Het kraakpand Lambiek was op een steenworp afstand  afstand met gratis koffie en de rest, dus hoe hard deze straf ons raakte lijkt me wel duidelijk. Zo ben ik uiteindelijk in de krakerswereld terecht gekomen. Niet alleen door dit incident maar ook door vele, vele  andere . Maar we zouden het over toeren bouwen hebben. Goed.

Er was in 1975 de beroemde wedstrijd van toen nog Cassius Clay in het vooruitzicht, en Olav moest die pers se zien. Het gevecht zou midden in de nacht uitgezonden worden, maar we hadden geen TV. Ik zag het niet zitten, maar Olav, Andre en Peter, een beslist nettere jongen dan de rest, hadden een plannetje gemaakt, er moest namelijk een TV komen. En die zou geleend worden, proletarisch winkelen was toen erg in. Het plan was volkomen stoned in elkaar gezet, en even waanzinnig als simpel, maar toch geniaal achteraf. De TV zou van het plaatselijke V&D filiaal geleend worden namelijk.

Dus, nog steed volmaakt stoned stapte het spul in de gammele latere lesauto van Andre, (Op deze toeren bouwen kom ik later terug), en reden naar het plaatselijke filiaal van V&D, liepen de personeelsafdeling in, en pikte een paar stofjassen van de kapstok. Om met de lift naar boven te gaan en de afdeling waar TV’s verkocht werden op te lopen. Om vervolgens te zeggen, we komen de TV ophalen. Pure bluf. Waarop de winkelbediende op een fraai, duur exemplaar wees en zei: daar staat hij, dat is hem. Hij heeft de deur nog voor ze opengehouden en de lift voor ze opgeroepen.  Daarna was snel de TV op de achterbank gezet, en naar het kraakpand gereden

Ik heb nog de antenne aangesloten, Olav is als enige opgebleven, en jaren heeft die TV werkend in een kamer in het kraakpand gestaan. Nooit meer wat van gehoord, maar ik zou wel eens willen weten achteraf hoe die verkoper op zijn neus heeft gekeken toen het echte personeel die TV wilde ophalen!

Kijk, dat was nou toeren bouwen!

Jehova’s

Hippies en Jehova’s lijkt een vreemde combinatie, maar toch ga ik erover vertellen. Misschien herinnert  u zich nog dat ik over mij vrienden verteld heb, die ik veel te jong in de vorige eeuw achter heb moeten laten. Te veel drugs, drank, sex en rock en roll. Een van hen was Andre, en de ander Olav. Beide creatieve jongens van goede huizen.

Andre woonde op een etage in het huis van zijn grootmoeder, die in het bejaardenhuis zat. Daaronder woonde en erg stijve, oude man die doodgraver was. De arme man moet geleden hebben onder het soort kraakpand wat er boven hem was. Met harde muziek, veel mensen over de vloer, veel meiden, veel drugs en drank. Tot diep in de ochtend. Het is een van de vele kraakachtige panden waar ik gewoond heb.

Wat wilde het geval? Dat de koningsrijkzaal van de plaatselijke Jehova’s vlak om de hoek was, en Jehova’s op zondagochtend toen nog langs de deuren gingen. En heel vroeg, acht uur s’morgens. En dat huis was een van de eerste huizen in de buurt, dus elke zondag s’morgens vroeg stond daar een rits Jehova’s voor de deur, vaak tot voorbij het hekje. Kennelijk was het een soort oefenhuis.

Olav was het op een zeker moment zat, dat gedoe aan de deur, zwiepte de deur open en zei tegen hen: Een trap op, eerste kamer links, daar moet u zijn. Andre zijn kamer dus. En ging weer naar bed. Een uur laten hoorde we nog Andre boven ons, met ja maar, een een lange discussie. Die wist op geen manier van ze af te komen, hij was nog knetterstoned van de vorige avond en lag daar met een meid in bed. Hij had simpelweg niet het besef gewoon te zeggen ga weg, dus ouwehoerde maar door. Ik vind het nog steeds een moordgrap.

Maar goed, het kon geen doorgang hebben, dus Olav en ik hebben ons uit ons bed gewrongen de volgende zondag en hup, op naar die koningsrijkzaal. Vraag me nog steeds af wat die mensen gedacht moeten hebben hebben toen er twee niet al te frisse hippies met lang haar, een lammy coat aan en duidelijk met een kater binnenkwamen.

De dienst was net afgelopen, en de nazit met koffie was gaande. Meteen, ach jongens, hebben jullie wel gegeten? Zullen we  koffie voor jullie halen? Kortom, de liefste en hartelijkste mensen die je je kunt voorstellen. We hebben het hele geval aan ze uitgelegd, dat we te stoned en te doorgeneukt waren voor dat gedoe van hun op zondagochtend. Begrip! Niks moraliserend! We mochten altijd langs komen als er iets was!

En kwamen ze nog op zondag langs? ja, om een uur of elf. Met een ontbijtje of iets lekkers. En of alles goed met ons was. Ik heb warme herinneringen aan die lieve mensen.