Aan de overkant van de rivier

Een paar jaar geleden ik voelde me langzaam wegzakken in een zwart gat. Alles werd heel rustig om mij heen werd en ik moet zeggen zeer behaaglijk. Er verscheen een Grieks orthodoxe priester naast mij, een oude man die op een hele kalme toon tegen mij begon te praten. Hij vertelde mij dat hij in de jaren vijftig van de vorige eeuw was overleden en begon mij van alles uit te leggen wat op dat moment volkomen logisch en helder op mij over kwam. Ik zakte nog verder weg.

Ik kwam weer tot mijzelf en zat op een bankje bij een klooster op Athos in de werkelijk prachtige kloostertuin met de mooiste bloemen die ik ooit had gezien. Langzaam kwam er een monnik op mij af en vroeg mij of ik de rest van het klooster wilde zien. Ik zei graag, en hij nam mij door een lange gang mee naar geheime ruimtes waar verder niemand mag komen en liet mij de mooiste iconen zien die ik ooit gezien had. Een oude monnik uit lang vervlogen tijden zat in de hoek een icoon te schilderen, glimlachte vriendelijk naar mij en ging weer door met zijn werk. Je zag aan zijn kleding, de stof ervan, zijn brilletje, het kleine olielampje, aan alles dat het een andere tijd was.

Vervolgens was ik terug in de tuin en zat weer op het bankje, het rook er heerlijk zoals alleen maar Griekenland kan ruiken op een mooie zomeravond. Er stond een zacht, verkoelend briesje. Je hoorde het geluid van krekels en het was er heerlijk. Zo vreedzaam, ik kan het niet uitleggen. Dezelfde monnik die mij had rondgeleid kwam terug met een blaadje met koffie en iets lekker. Ik was gelukkiger dan ik ooit op aarde was geweest, dat moet wel want de factor tijd was weg. Ik was duidelijk in een andere dimensie.

Er kwamen twee mannen aanlopen, de ene herkende ik meteen, maar de andere pas later. Het was mijn vader met zijn vriend Tolkien. Ik heb Tolkien als kind namelijk goed gekend, daar zal ik later meer over vertellen. En zij vertelde me van alles uit, over heel het leven maar het meeste herinner ik mij niet meer.  Ook legde ze me tot in de details uit hoe het Grote Project echt in elkaar stak. Werkelijk tot in elk detail. Het was heel raar, ik rook zelfs de lucht van mijn vader, zijn after shave, alles. En zijn kleren, zijn pak met vest was ook anders dan tegenwoordig, ruwer, een ander soort stof van vroeger, ik weet niet hoe ik het moet zeggen. Het was levensecht.

Na verloop van tijd namen ze afscheid en ik zat nog even, dronk mijn koffie op en genoot. Met een klap kwam ik op de wereld terug met allerlei draden aan me, de broeder was een ECG aan het maken en zei alles is goed. De  nachten daarna verscheen de priester weer en heb ik met heiligen gesproken. Elke nacht is er een ECG gemaakt vervolgens. Ik mocht na een paar dagen weer naar huis, er was niks, maar dan ook niks gevonden. Ik was zowel lichamelijk en geestelijk 100% gezond.

Maar het rare was dat wat mij die nacht door mijn vader en Tolkien verteld was in een universele taal tot in de details klopte. Niemand heeft mij ooit iets over het Grote Project verteld, ik heb nooit met iemand erover gesproken. Eerlijk! Nog steeds niet, behalve met Ausma. Maar ik kende elke aspect, dat blijkt wel. Zelfs van de internationale wikiwereld. Jaren heb ik niemand meer terug gezien tot laatst de priester s’nachts weer verscheen naast mijn bed en zich met woorden van grote wijsheid aan mij openbaarde. Ik nam het allemaal voor kennisgeving aan, ik was al een tijdje helemaal niet lekker. Ik dacht, je wordt oud, je bent op.

De ambulancebroeders waren echt geweldig. Ik vroeg, ga ik nu dood? Nee, zei een, want ik ben examen ambulancebroeder aan het doen en dat was een geruststelling. Ik ben uiteindelijk door een geweldige, sympathieke Belgische arts voor de poorten van de dood weggesleept, en het gaat best goed met me op het moment. En ik ben werkelijk geen seconde bang geweest, want soms verlang ik heimelijk terug naar die andere wereld.

Is dit verhaal een verzinsel van mij? Net zoals al die andere verhalen dat zouden zijn volgens Edje de Roo en de rest? Zou ik wel echt zijn? Zou ik wel de waarheid spreken? Of zou ik werkelijk die geniale troll zijn? De keuze is aan u, de lezer.

Advertisements

Halleluja

Had al jaren niet meer van mijn kleinzoon Nicolas vernomen de hele familie trouwens niet. Hij zou wonen in een kraakpand in Hamburg iets met muzikanten, losbandige vrouwen, drugs, alcohol en aan lager wal geraakte kunstenaars dat was bekend.
Een paar jaar geleden kreeg ik via via een mail met een filmpje uit Berlijn zo te zien. Hoewel goed Katholiek opgevoed kwam Nicolas nooit in de kerk toch staat hij hier (rechts met gitaar) Halleluja te spelen.

Bespottelijk

Ooit stapte ik niets vermoedend een plaats binnen die wij hier niet meer zullen noemen.  Ik dacht misschien is het leuk wat over mijn vader te schrijven, een lang vergeten professor. Het was niet eens mijn idee want ik wist toen niet eens dat je daar zelf kon bewerken. Ik schreef een klein stukje over hem, liet het even nakijken omdat spellen niet mijn sterkste kant is, en plaatse het. En vanaf dat moment bevond ik mij in het grootste digitale gekkenhuis van Nederland.

Dat is heel modern namelijk. Heel veel kerken hebben dat ook, een digitale kerk. Je kan er digitaal een kaarsje opsteken of virtueel de kerk bezoeken, da’s erg in trek. Maar het vervelende in dit geval  was dat ze vergeten waren het bordje “Digitaal gekkenhuis” naast de virtuele poort van hun site te plaatsen. Dat was namelijk duidelijker geweest. Dan had je vanaf het eerste moment namelijk geweten met patiënten van doen te hebben en had ze anders benaderd.

Want het is natuurlijk een achterlijk zooitje want anders doe je dit niet. Ik hou niet van loze beschuldigingen, maar een stel normale en kennelijk volwassen mensen gedragen zich niet zo, dus zeg ik dit niet zomaar. Want als je je zo gedraagt zit er iets finaal mis in je bovenkamer. Kan niet anders. Dan hoor je in het gesticht thuis en niet los te lopen in onze maatschappij.

Nadat mij een geestelijk gebrek is verweten door verschillende van deze lieden in het openbaar is het nu mijn beurt hetzelfde met hun te doen.  Je gaat niet iemand vanaf moment een voor troll uitschelden terwijl je niets van de persoon afweet. Normale mensen gaan niet als een stel kleuters van vijf abitrollen en raak blokkeren, dat doen normale mensen niet. Iemand met enig, let wel enig fatsoen in zijn donder gaat de boel niet op stelten zetten en een soort digitale politieagent spelen zoals Vin deed op quote en doet op pedia. Dat is raar, dat is achterlijk, dat is onaangepast gedrag.

Want ik zei het al eerder, als je dit soort dingen doet ben je gewoon niet goed bij je hoofd, je hoeft geen vakman te zijn om dat vast te stellen. Net zo goed dat je niet goed wijs bent als je Natuur12 gaat steunen en later een plaats in arbcom gunt na zijn getroll met de overduidelijk autistische Ymnes. Wat Trijntje met steward trollen deed kan gewoon niet, en als je dat wel doet ben je niveau kleuterschool helaas niet te boven gekomen. En dan die rare mail van Edo als klapstuk …. waar slaat het allemaal op.

Misschien is mijn eerdere idee het beste, zet de hele site op een intranet als studiemateriaal voor gedragswetenschapper, en zet er duidelijk boven digitaal gekkenhuis in een banner, want stel je voor dat door een storing die puinhoop een keer echt op het WWW komt. Dan weet iedereen tenminste in een keer waar hij of zij aan toe is, want van het runnen van een serieuze site is natuurlijk geen enkele sprake. Evenals dat het natuurlijk glashelder is dat de zon daar nooit gaat schijnen en elke cent die er nog aan gespandeerd wordt of er ooit aan gespandeerd is totaal weggegooid geld is.

Als altijd bent u van harte welkom om hier eens hierover van gedachte met mij te komen wisselen. Maar bedenk daarbij dat ik uitsluitend de verantwoordelijkheid neem voor wat ikzelf schrijf of ooit geschreven heb en niet voor andere zaken. Hier en elders.

Vrolijk Pasen!

Pasen is dit jaar zoals het hoort, koud en verregend, ik herinner me niet anders. En een echt feest was het nooit, het was zeker geen kerst. Al was het maar dat er thuis geen kerstboom stond en er geen veel te zware Christmas pudding geserveerd werd. Nee, Pasen was de Matheus Passion. En eigenlijk zelfs dat niet eens, nee, het hoogtepunt van de paastijd was als op Goede Vrijdag Erbarme dich, mein Gott uit luidspreker van de radio schalde. Dát was Pasen, en niet die tafel gedekt met een paar kuikentjes en oma die net iets te veel gedronken had. Gespuugd werd er niet in de drank, want zonder mijn familie achteraf als een stel alcoholisten neer te willen zetten lustte ze er allemaal wel één. Maar ik heb nooit iemand van mijn familie echt dronken gezien, behalve mijzelf. Maar soms wel licht aangeschoten. Want de houten kratjes met de flessen werden, vol ontzag voor de hoge heren elke week bij mijnheer de professor thuisbezorgd door de plaatselijk slijterij Strietman. Die man moet achteraf gezien geweldige zaken hebben gedaan met al die professoren en notabelen in de wijk waar wij toen woonde, het sjieke Kerkebosch.

Maar terug naar Pasen of beter gezegd Goede Vrijdag. Plechtig werd dan de bakelieten radio opgesteld centraal in de huiskamer, want er mocht werkelijk niets van de jaarlijkse traditie gemist worden en wij moesten luisteren.  Wel mochten we een spelletje spelen, maar als het jaarlijkse Erbarme dich uit de luidspreker schalde waren wij allemaal een en al oor. Mijn ouders lazen dan elk jaar weer de tekst mee uit het oude tekstboek wat wij thuis hadden, waar mijn oma nog de coupures van Mengelberg in geschreven had.

Je zou toch denken dat mijn ouders die teksten uit hun hoofd kende na al die jaren maar nee. Mijn oma had immers voor de oorlog onbeperkt toegang gehad tot het concertgebouw, dat had iets van doen met een scharrel die ze ooit had gehad met een cellist. Mijn moeder heeft daarna haar leven lang een hekel aan celloconcerten gehad vanwege de vele celloconcerten die ze als kind als een soort chaperone verplicht had moeten uitzitten.

Later werd de oude radio vervangen door een groot, luxe exemplaar van het merk Philips waardoor beleving van Erbarme Dich nog intenser werd. Temeer omdat het om een FM ontvanger ging die het hoog en laag veel mooier weergaf. Het was een fraai en redelijk kolossaal meubel. Maar toen kwam het grote moment, de Matheus Passion zou stereo uitgezonden worden dat jaar, het ene kanaal over Hilversum  1 en het andere over Hilversum 2 zoals dat toen nog heette.

Vol verwachting zaten wij op het puntje van de stoel voor de radiotoestellen, het nieuwe, toch wel imposante apparaat  links op de ene zender, en het oude exemplaar wat normaal op de slaapkamer van mijn ouders stond op de andere zender rechts. Vol verwachting zaten we allen op het jaarlijkse Erbarme Dich te wachten. Alsof je er zelf bij bent in het concertgebouw, zuchte mijn moeder ontroerd toen het zo ver was en ook wij waren diep onder de indruk.

Ik zelf heb wel eens een Matheus uitgezeten in het concertgebouw in mijn hippietijd, we gingen toen vaak naar Amsterdam want daar was het toch te doen. Paradiso, de Dam waar je op ging zitten, de kroegen. Ik vond en vind die lange zit niet helemaal voor herhaling vatbaar, maar er gaat nog steeds geen jaar voorbij dat ik Erbarme dich niet draai op Goede Vrijdag.

De laatste jaren is dat de Mengelberg uitvoering uit 1939, een tijdje geleden heruitgebracht door het NRC. Want dat is toch het ware. Erbarme Dich prachtig gezongen door Jo Vincent met het boekwerk met de aantekeningen van Mengelberg erbij wat ik nog heb om mee te lezen, en dan kan mijn Pasen niet meer stuk.

Vrolijk pasen allemaal, en niet te veel zuipen Kolonel!

 

 

Jehova’s

Hippies en Jehova’s lijkt een vreemde combinatie, maar toch ga ik erover vertellen. Misschien herinnert  u zich nog dat ik over mij vrienden verteld heb, die ik veel te jong in de vorige eeuw achter heb moeten laten. Te veel drugs, drank, sex en rock en roll. Een van hen was Andre, en de ander Olav. Beide creatieve jongens van goede huizen.

Andre woonde op een etage in het huis van zijn grootmoeder, die in het bejaardenhuis zat. Daaronder woonde en erg stijve, oude man die doodgraver was. De arme man moet geleden hebben onder het soort kraakpand wat er boven hem was. Met harde muziek, veel mensen over de vloer, veel meiden, veel drugs en drank. Tot diep in de ochtend. Het is een van de vele kraakachtige panden waar ik gewoond heb.

Wat wilde het geval? Dat de koningsrijkzaal van de plaatselijke Jehova’s vlak om de hoek was, en Jehova’s op zondagochtend toen nog langs de deuren gingen. En heel vroeg, acht uur s’morgens. En dat huis was een van de eerste huizen in de buurt, dus elke zondag s’morgens vroeg stond daar een rits Jehova’s voor de deur, vaak tot voorbij het hekje. Kennelijk was het een soort oefenhuis.

Olav was het op een zeker moment zat, dat gedoe aan de deur, zwiepte de deur open en zei tegen hen: Een trap op, eerste kamer links, daar moet u zijn. Andre zijn kamer dus. En ging weer naar bed. Een uur laten hoorde we nog Andre boven ons, met ja maar, een een lange discussie. Die wist op geen manier van ze af te komen, hij was nog knetterstoned van de vorige avond en lag daar met een meid in bed. Hij had simpelweg niet het besef gewoon te zeggen ga weg, dus ouwehoerde maar door. Ik vind het nog steeds een moordgrap.

Maar goed, het kon geen doorgang hebben, dus Olav en ik hebben ons uit ons bed gewrongen de volgende zondag en hup, op naar die koningsrijkzaal. Vraag me nog steeds af wat die mensen gedacht moeten hebben hebben toen er twee niet al te frisse hippies met lang haar, een lammy coat aan en duidelijk met een kater binnenkwamen.

De dienst was net afgelopen, en de nazit met koffie was gaande. Meteen, ach jongens, hebben jullie wel gegeten? Zullen we  koffie voor jullie halen? Kortom, de liefste en hartelijkste mensen die je je kunt voorstellen. We hebben het hele geval aan ze uitgelegd, dat we te stoned en te doorgeneukt waren voor dat gedoe van hun op zondagochtend. Begrip! Niks moraliserend! We mochten altijd langs komen als er iets was!

En kwamen ze nog op zondag langs? ja, om een uur of elf. Met een ontbijtje of iets lekkers. En of alles goed met ons was. Ik heb warme herinneringen aan die lieve mensen.